Hij werd wereldkampioen bij de beloften in het Amerikaanse Fayetteville en won de Superprestige in Ruddervoorde in 2024. Maar wie is de lichterveldse Joran Wyseure? Aan de hand van een vragen paar aan zichzelf mag hij voor het antwoord zorgen.
Waarom ben ik voornamelijk crosser geworden?
Mijn grootvader Frans, die bakker was, steunde een paar renners waaronder Stefaan Vermeersch, de vader van Gianni. Ik begon als 8-jarige bij de aspiranten op de weg maar al snel bleek dat ik liever in de graskant reed dan op de verharde wegen. Dus ik wilde liever crosser worden. Maar dat zag mijn vader niet echt zitten. Ik speelde toen ook voetbal. Toen ik aangaf dat ik misschien toch wilde koersen, op de weg, antwoordde mijn vader dat ik eerst maar moest leren om tegen een bal te sjotten. In de koers kende hij niemand.
Uiteindelijk ben ik, via de Brugse Velosport, dan toch in de koers geraakt. Op mijn twaalfde reed ik mijn eerste cross. Ik trainde ook bij de Vlaamse Wielerschool op de Gavers in Harelbeke. Mijn eerste trainingen waren niet zo'n groot succes. Tijdens één van mijn eerste trainingen reed ik al knal op een verkeersbord. Resultaat: een kapotte shifter en mijn tanden die door mijn lip zaten. Sindsdien ben ik er alleen maar op vooruit gegaan.
Wanneer besefte je dat de cross echt je ding was en het meer kon worden dan een mooie hobby ?
Als tweedejaars junior begon ik mooie uitslagen te rijden - werd al eens geselecteerd voor een wereldbeker - al stonden concurrenten als bv. Tibo Nys, Witse Meeussen en Ryan Cortjens e.a. veel verder. Ik finishte misschien een paar keer per seizoen op het podium of juist ernaast. Voor het overige was ik vooral nog middenmoot.
Veel van mijn leeftijdsgenoten deden aan veldrijden om prof te kunnen worden, ik toen nog alleen maar om mezelf te amuseren. Pas toen ik als belofte wereldkampioen werd in Fayetteville, begon het te dagen dat ik dicht bij een profcontract stond. Ik werd als tweedejaarsbelofte opgepikt voor het crossteam van Tormans. Dat was de eerste keer dat ik mijn materiaal kreeg, voordien moesten mijn ouders altijd alles betalen.
Wat denk je wat je zou geworden zijn moest het crossen niet gelukt zijn?
Die vraag stel ik mij nog steeds. Je hebt veel jongeren die al snel weten wat ze willen worden. Daar hoor ik dus niet bij. Ook over mijn studiekeuze heb ik lang getwijfeld. Ik begon met ergotherapie maar dat was te zwaar. Nu studeer ik sport en beweging, op mijn eigen tempo. In het middelbaar volgde ik sportschool maar veel meer dan fietsen en lopen kan ik niet. Een sportleerkracht zou kunnen maar die moet van alles kunnen en voortonen aan de leerlingen. Handstand en andere dingen.... voor een klas? Niet direct voor mij. Als zelfs een koprol al moeilijk is? Dus: ik heb geen idee wat ik zou worden en doen als ik geen crosser was geworden. Maar geen probleem, ik zal altijd wel ergens iets op mijn weg te vinden.
Welk parcours heb je het liefst?
Dan ik denk spontaan aan een vlakke moddercross. Dit is wat ik het lieft doe en kan. Ploeteren en "stoempen". Maar eigenlijk kan ik op elk parcours mijn ding doen. De supperprestige van Ruddervoorde was snel en technisch, het WK-parcours in Fayetteville was een heel snel met tegelijk ook flink wat klimwerk. In het zand van Koksijde heb ik als belofte ook al twee keer gewonnen. Maar het mag voor mij koud en nat zijn, met liefst ook nog regen tijdens de wedstrijd. Dan ben ik op mijn best.”
Kan je zelf aan je fiets sleutelen en herstellen?
Daar ben ik niet zo goed in. Allez, een bandje vervangen en opblazen, dat lukt wel. Maar dit is iets voor mijn papa. Hij kan enorm veel en is daar fanatiek in geworden. En hij doet het supergraag en kan dit zeer goed. Indien iets niet goed lukt of het is iets nieuw, dan staat hij met de tablet in de hand naar een filmpje op Youtube te kijken om te zien hoe hij een probleem moet oplossen. Als ik onderweg of op stage iets tegenkom, dan zal ik mijn plan wel trekken. Of ga ik op zoek naar een lokale een fietsenmaker.
Van welke wedstrijd droom je om ooit te winnen?
Doe dan maar een kampioenschap. Ik zou het supercool vinden om een jaar die trui te mogen "shouwen". En dan nadien voor eeuwig en altijd die bandjes te mogen dragen. Maar het is moeilijk zolang Wout en Mathieu crossen en meedoen aan de kampioenschappen. Maar dromen mag! Als je me naar een specifieke locatie vraagt, doe maar Koksijde. Het is een klassieker en ook omdat ik er al twee keer won als belofte.